Juryrapport Rinoceros

Toneelgroep Adodvs speelt Rinoceros van Eugène Ionesco

Regie: Karin Camerik

Gezien: 23 maart 2017

Stukkeuze

Ionesco’s absurde komedie Rinoceros is geen gemakkelijke klus om te ensceneren. Het stuk is een allegorie over de mens als soort, over zijn absurde gedrag en over zijn nood om te conformeren en mee te bewegen met de massa. Ionesco neemt de mens op de korrel en stelt prangende vragen over ons gedrag en ons handelen. Hij legt de absurditeit van ons mens-zijn bloot, en doet dat met een heel apart, bijna sardonisch plezier. Geen makkelijke opdracht, omdat de absurde elementen en bevreemdende scenes de toeschouwer op een zekere afstand houden. De ene figuur waarmee wij ons diepgaand kunnen identificeren is Bérenger, het ietwat grijze hoofdpersonage dat uiteindelijk als enige mens overblijft. Voor de rest geen grote plotwendingen of intriges. De plot stevent in een gestaag tempo af op het onvermijdelijke, eenzame einde. Ondertussen kan de toeschouwer zich verkneukelen om het al te menselijke gedrag, genieten van het spel van de acteurs, en van de regie.

Is het stuk actueel? Er zijn grote verschillen met de tijd waarin het is geschreven. Ionesco verzette zich tegen de manier waarop mensen zich massaal tot het communisme, fascisme, nazisme en andere ideologieën hadden gekeerd. De grote ideologieën hebben hun aantrekkingskracht intussen wel verloren, en in die zin heeft het stuk wel aan urgentie verloren. Maar als waarschuwing tegen het blinde volgen van wat de massa denkt of vindt, is het zeker nog interessant.

De regisseur heeft geknipt in de tekst en dat is een goede keuze. Het maakt Ionesco’s stuk beter behapbaar voor een hedendaags publiek. Toch blijft er nog een flinke brok tekst over. Daardoor komt veel gewicht te liggen bij de acteurs en de regie. De filosofische tekst heeft een weinig stuwend plot; het is aan de acteurs om de tekst boeiend te houden en aan de regiehand om dynamiek en spanning in het stuk te creëren. In die zin is het stuk sterk afhankelijk van de gekozen vorm.

Regie

De jury heeft grote waardering voor de keuze van de regisseur om het stuk vormelijk aan te pakken. Er zijn vele ingrepen. De regie geeft duidelijk blijk van de intentie om het stuk tot leven te wekken. Getuige daarvan zijn onder meer het spannende beginbeeld, dat meteen interesse bij de kijker weet op te wekken, en de tweede scene, waarin de ritmische muziek de sfeer oproept van een kantoor vol tikkende kantoorklerken, die ook nog eens in een spannende mise-en-scene zijn geplaatst. De dynamiek van deze scene zat goed, wat vooral goed werd gesteund door het komische typen van de Botard en Dudard. Ook de eerste scene van het tweede deel is spannend. Hier werd gekozen voor een heldere vorm, door Jean als een steeds woester stampende neushoorn door de kamer te laten stormen. Hier ondersteunt de regie sterk wat er gebeurt in de scene.

Op andere momenten zijn de vormkeuzes wat minder geslaagd. Dat komt vooral door de veelheid aan elementen. De choreografie van de kelnerinnen, de abstracte stapjes, het schimmenspel, de projecties, de slow motions en andere vormkeuzes vullen mekaar niet altijd aan of weten mekaar niet te versterken. Ook zijn niet alle vormelijke elementen even consequent doorgezet. Op die momenten komt de vorm in de weg te staan, en leiden ze af van wat er eigenlijk in de scene gebeurt.

Zoals hierboven omschreven, is de dynamiek van het stuk erg belangrijk. Waar op sommige momenten een goede vaart zat in het stuk, bijvoorbeeld in de kantoorscene, gaat op andere momenten de voorstelling een beetje trekken. Soms mocht er nog wat meer worden geknipt, of kon er bewuster met de dynamiek worden omgegaan.

Tot slot de spelregie. We zien ook hier een duidelijke poging om de personages aan te pakken. Er is een heldere spelkeuze gemaakt richting absurd/uitvergroot spel – Bérenger enigszins uitgezonderd. Die keuze levert grappige scenes op, zoals in de scene waarin Jean tot neushoorn transformeert of Botard die zich opwindt over de Aziatisch-Afrikaanse neushoorn. Maar niet alle

spelers trekken de speelstijl even goed (zie verder). Wat gevaarlijk is aan de gekozen speelstijl, is dat er de neiging ontstaat om het belang van de scene naar de achtergrond te schuiven. Niet alle scenes/personages hebben evenveel urgentie of spelen vanuit een helder gekozen inhoudelijke spelingang. Ook hier gaat de vormelijkheid dan in de weg staan. Humor ontstaat op zijn best wanneer de spelers de humor niet spelen, maar hun personage zo ernstig nemen dat de humor gewoon ontstaat. En het publiek kan dan lachen omdat zij de situatie herkennen.

Vormgeving

De jury was minder overtuigd van de vormgeving van de voorstelling. Met name de combinatie van het projectiedoek op de achtergrond en de meer realistische, broquante-achtige elementen op de speelvloer werkte niet tot de verbeelding. De elementen op de vloer contrasteerden in sfeer en materiaalkeuze te sterk met het achterdoek. Zo’n doek schept ook verwachtingen, die uiteindelijk niet werden ingelost.

Gezien de sterke vormelijke regiekeuzes had de voorstelling baat gehad bij een meer uitgesproken lichtontwerp. De voorstelling werd traditioneel en weinig spannend uitgelicht. We zagen weinig spannende schakels, en het licht werd niet bijzonder dramatisch ingezet. Daarin lag voor de jury nog een kans.

De kostuums stonden in dienst van de personages. Dat hielp de spelers wel vooruit. Ook in de kantoorscene was de keuze voor grauw-oranje-bruine elementen overtuigend, en contrasteerde die mooi met de fleurige polka-dot jurk van de secretaresse. Over het algemeen ontbrak het de kostuums wel aan samenhang in vorm en kleurenpalet, ook in combinatie met de rest van het decor. Ook op dat vlak zou de voorstelling nog kunnen winnen.

Tot slot de muziek. Het geluid van de neushoorns was goed gekozen, tussen abstract en realistisch in. De concrete muziekkeuze was soms spannend (zoals in de kantoorscene), en soms minder tot de verbeelding sprekend (zoals in overgangsscenes of meteen na het beginbeeld). Hier had een consequentere keuze voor klanksfeer of instrumentarium ook kunnen werken.

Spel algemeen

Het algemene spel is hierboven al besproken. Zoals gezegd, was er een heldere keuze voor uitvergroot spel, die we bij alle personages zagen terugkomen. Niet alle spelers slagen er even goed in om die speelstijl helemaal eigen te maken. Maar de jury heeft wel waardering voor de consequente keuze en de manier waarop de spelers die keuze hebben omarmd.

Lisa Unlandt als hoofdkelnerin

Lisa’s aandeel was redelijk bescheiden, dus het is niet evident om haar spelcapaciteiten goed te beoordelen. In de einddans viel zij op door een heldere markering en goede présence. In de eerste scene zagen we nog redelijk wat onzekerheid in de beweging, en werd er geregeld in het publiek gekeken. Daar zou Lisa nog kunnen winnen in focus.

Gerdien van Alkemade als kelnerin 1

Ook Gerdien had een klein aandeel in de voorstelling. Zij stelt zich bescheiden op en was heel dienstbaar voor het geheel. Ze houdt voortdurend focus op wat er gaande is, een mooie concentratie. In haar tekstbehandeling kan Gerdien nog groeien, nu was ze soms moeilijk verstaanbaar.

Lois Vecchi als kelnerin 2

Ook Lois’ aandeel was beperkt, maar zij viel wel op door haar alerte en geaarde aanwezigheid, en goede focus in tekst en in beweging. Lois wist de tekst goed in te vullen, ook wanneer de interventies maar kort waren. De jury is benieuwd om deze speler in een meer dragende rol te zien.

Niek Fassaert als Bérenger

Er leunde veel gewicht op Nieks schouders. Hij overtuigde aan het begin met zijn natuurlijke aanwezigheid op het podium en ontspannen nonchalance. De jury ziet veel potentieel in deze

speler. Echter, hoe meer het stuk evolueerde, hoe meer ernst in zijn spel kwam, en hoe meer verbeten Niek ging ‘pompen’. In plaats van de gebeurtenissen op zich af te laten komen, ging hij heel hard werken, en dat haalde de spontaniteit, de lichtheid uit zijn spel.

Alexander Kuhlman als Jean

Sterke eerste scene in de tweede helft, die met veel lef en overgave werd gespeeld. De scene werd daardoor komisch, waardoor het publiek ook ging reageren. Mooi contrast met de stijve meneer die hij speelde in de eerste scene, en toch mooi die twee momenten met elkaar verbonden. In de eerste scene was er wel nog veel spanning, waardoor hij niet altijd even goed aardde en samenspeelde met zijn tegenspeler. Verder nog geslaagde geluiden en expressieve transformatie tot neushoorn.

Nelleke Dohle als de Logicus

De korte scenes aan de tafel gingen goed, daar werd door Nelleke pittig gearticuleerd en gespeeld. In de langere scene met de logica omtrent het aantal neushoorns, ging de vorm in de weg zitten. Daar verloor de scene tempo en spanning.

Cora Kreft als de leerling

Cora viel de jury op als speler. Zij concentreerde zich op de scene en wat er moest gebeuren, en voegde niets onnodigs of overbodigs toe. Ze hield verbinding tussen de vloer, het publiek en wat ze zelf als personage meemaakte. Geestige mimiek. Cora bezit een goede speldosering voor dit soort stukken. Speels, niet te ernstig. In dienst van het geheel.

Marjon van der Vegt als Huismoeder & Mevrouw Boeuff

Marjon was opvallend expressief in de katscenes. We zien heel veel spelplezier, maar iets meer doseren zou goed zijn. Anders verdwijnt het stuk en het personage in al te expressief spel.

Sanne Trienekens als juffrouw Daisy

Juffrouw Daisy is een poppetje, de naïeve secretaresse die de harten en broeken van de mannelijke personages op hol doet slaan. Wij zagen in het personage weinig ontwikkeling. Zit die ontwikkeling niet in het stuk? Of is dit een bewuste keuze? Door die vlakke invulling, verloor de laatste scene aan kracht. Sanne is een leuke speler, met een goede focus en alert voor haar tegenspeler, maar helaas bleef dit personage iets te vlak om ons echt te grijpen.

Herman Taal als mijnheer Papillon

Herman toonde een consequent volgehouden karikatuur van de kantoorchef. Strak in beweging en taal, en leuk ondersteund met microfoon.

Bram Heijkers als Botard

Bram was grappig in de kantoorscene. Hij beschikt over een goeie timing en spelenergie en was erg komisch. Opvallend was zijn spel met de ogen. Hij nam zijn personage heel ernstig. De licht ontvlambare Botard was geloofwaardig, en er was leuk samenspel met Dudard. Aan het einde loerde het schmieren wel een beetje om de hoek.

Sjoerd van Harmelen als Dudard

Fijn geaarde scene aan het einde met Bérenger. Sjoerd reageerde in het moment, was ontspannen. We zagen hem als intellectueel alsnog kiezen voor de massa en tot neushoorn transformeren. Sjoerd heeft een fijne aanwezigheid, durft ruimte te nemen, en maakt iets van zijn personage, ook in subtiele fysieke transformatie.

Algemene indruk

De jury heeft grote waardering voor de manier waarop Adodvs zijn tanden heeft gezet in deze niet-evidente klassieker van Ionesco. Zowel regisseur als spelers hebben hard gewerkt om het stuk te vertalen voor een eigentijds publiek. Helaas stond de vorm en vooral de veelheid aan

vormkeuzes soms in de weg van het geheel. Daardoor kwam het stuk en de spelers niet helemaal tot hun recht.