Toneelgroep Adodvs met ‘Max Havelaar’ van Ger Thijs
Regie: Freya Ligtenberg
Gezien: 1 juni in Het Indisch Huis


De ‘Max Havelaar’ van Ger Thijs is een bewerking van het beroemde verhaal uit 1860 van Multatuli. In deze raamvertelling wordt verhaald hoe in Nederland de families Droogstoppel en Rosemeyer gezamenlijk meewerken aan de totstandkoming van een boek over Nederlands-Indië. Zij zetten hiertoe verhalen van Sjaalman in scène. Deze scènes spelen in Indië en vormen tezamen weer twee afzonderlijke verhalen. Ten eerste het verhaal van assistent-resident Max Havelaar die zich verzet tegen de onderdrukking en uitbuiting van de inlandse bevolking. Ten tweede de wanhopige liefdesgeschiedenis van Saïdjah en Adinda. Bijna alle acteurs speelden mee in meerdere verhalen.

Een ingewikkeld geheel dus, dat bovendien op twee locaties gespeeld werd, beide in Het Indisch Huis, waar geen toneelvoorzieningen zijn. Met dit stuk vol valkuilen leek Adodvs te vragen om problemen en daarom begint deze recensie maar meteen met de tekortkomingen. Ten eerste was het in de ruimte waar voor de pauze werd gespeeld veel te warm en waren speelvlak en publieksruimte te klein. Uw recensente is ook te klein, met als gevolg dat ik voornamelijk achterhoofden heb gezien. Verder lukte het maar één speelster, Marion Duinmayer, met die kenmerkende Nederlands-Indische tongval te spreken. Hierbij ben ik aan het eind van mijn opsomming, deze uitvoering was namelijk in een woord geslaagd.

De spelers hadden schijnbaar geen enkele moeite met hun verschillende rollen. Vloeiend veranderden ze van karakter, en zonodig van geslacht. De mise-en-scène zat als een maatkostuum, de volle kleine toneelvloeren werden steeds optimaal benut en het werd nooit rommelig, hoewel meestal veel spelers tegelijk op waren. De teksten kwamen er mooi en met de juiste timing uit. Ook geluiden, muziek, bewegingen en kleding klopten.

Regisseuse Freya Ligtenberg had overduidelijk hard met de groep gewerkt en uit het resultaat valt te concluderen dat de groep daar vol overgave in was meegegaan. Christiaan la Poutré was werkelijk een Droogstoppel. Petra Delsing zette overtuigend zijn vrouw, en dreigend Raden Adhipatti, neer. Axel Spiesens was in zijn beide rollen geregeld droogkomisch. Marco Smit als Sjaalman en Max Havelaar, was begaan met het lot van de inlanders en werd daarin volledig ondersteund door Foske Meerloo die zijn vrouw speelde en tevens Tine. Pauline ten Böhmer en Kamiel Baerwaldt overtuigden in hun driedubbelrol en Pauline viel extra op door haar mooie bewegingen, die gestuurd waren door choreografe Nanda Vinkenborg. Marion Duinmayer bleef als mevrouw Rosemeyer op de achtergrond, maar bracht als mevrouw Slotering haar waarschuwingen duidelijk over.

Om het stuk op te voeren in Het Indisch Huis tijdens de Pasar Malam was een aansprekend aanknopingspunt. Dat het een bizarre wending zou krijgen, had niemand kunnen vermoeden. Op de dag van de première, 26 mei jl., vond namelijk de vernietigende aardbeving op Java plaats. Adodvs en Het Indisch Huis besloten terstond ten bate van de slachtoffers twee benefietvoorstellingen in te lassen. Hopelijk waren ook deze voorstellingen uitverkocht, niet alleen voor de Javaanse slachtoffers maar ook voor het publiek dat nu een extra kans kreeg deze mooie voorstelling te zien.

Bettina J. Mulder
Haghespel, juli 2006